november 17, 2019

Oude Verhalen

Albert Van Goethem, geboren in Stekene in 1932, bestudeert reeds geruime tijd de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en de toenmalige gebeurtenissen in onze gemeente. In d’EUZIE van 1994/1-2 publiceerde hij samen met Guy De Brant “De beschieting van Stekene op 13 september 1944” en in d’EUZIE van 1995/1 “De Slachtoffers van de 2de Wereldoorlog onder de inwoners van Stekene en Kemzeke”. In 1994 gaf hij de openingstoespraak in de raadzaal van het gemeentehuis ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling “De bevrijding” over de bevrijding van Stekene door de Poolse troepen in 1944.

Zie artikel d'Euzie: http://www.deuzie.be/artikels/20-1-04.htm

 

Een vrouw ging op bedevaart voor de genezing van haar kind. De vrouw liep ’s nachts biddend rond de kerk. Plots zag de vrouw de veldwachter aankomen. De vrouw wilde niet dat die haar zou zien en zocht dus op het kerkhof snel naar een uitgang. Even later stond de vrouw op de straat, hoewel ze niet wist hoe ze daar was geraakt.

Het Spookhof werd ook de Pecsteenhoeve, Verdoemde Hoeve of Baggaarthof genoemd.

Vier verschillende namen voor één en hetzelfde verdwenen boerenhof. Vooral namen als verdoemde hoeve of spookhof vallen hierbij op. Deze zijn niet moeilijk te begrijpen als men weet wat er zich in de loop van jaren aan schijnbaar mysterieuze of onverklaarbare feiten heeft voorgedaan.

Als een kraai voorbijvliegt, roepen de kinderen
"Kraai
Waar gaai (gade)?
Naar Klein-Sinaai
Zulde mij nen koek meebrengen?"
De kraai:
"Kweik! Kweik! Kweik!
Ja ik"

Werd eertijds te Klein-Sinaai gezegd. Welke is de oorsprong van dit gezegde? Enkele jaren na de verwoesting van de abdij van Boudelo te Klein-Sinaai (1578), kwamen jaarlijks paters uit Gent terug naar Klein-Sinaai om er mis te lezen en verdere godsdienstoefeningen te houden. Ze hadden zich daar gevestigd en hadden ook een afdeling van hun orde.  Dit gebeurde in de maand september en schijnt de oorsprong geweest te zijn van de lokale kermis. Die kermis heeft nog altijd in september plaats.
Nu, dezelfde godsdienstoefeningen werden ook te Eksaarde gehouden, ter plaatse waar de mirakuleuze kruisen werden gevonden en de kapel staat van de H.H. Kruisen.
't Moet meermaals gebeurd zijn dat, als de monniken naar Klein-Sinaai kwamen en het schoon weer was, het regende toen zij naar Eksaarde gingen - of omgekeerd.
Er dient tevens opgemerkt, dat Klein-Sinaai in een zandachtige streek en Eksaarde, waar de kapel van de H.H. Kruisen staat, in een moerassig terrein ligt.

Getuige uit Klein-Sinaai
In Bosdorp was een straat die ''t Hoerestraatje' werd genoemd. Iedereen die daar 's avonds na elf uur voorbijkwam, werd door Osschaart besprongen. Osschaart legde zijn handen op de schouders van zijn slachtoffer en liet zich dragen tot aan het einde van de straat. Op een avond besloot een man Osschaart naar zich toe te lokken en hem vervolgens naar het huis van zijn moeder in Klein-Sinaai te brengen. Toen men Osschaart te zien kreeg, zei de moeder: "Is dat nu Osschaart? Zijn jullie daar bang van?" De man schudde van neen en bracht Osschaart terug naar zijn plaats, zodat hij daar andere mensen bang kon maken.

 

In het toverbosje in Stekene zag men ’s avonds een café, hoewel er overdag niets te zien was. In dat café was licht en muziek en er werd gedanst.

Volgend verhaal wordt al vele jaren door mondelinge overlevering doorverteld. Het wordt echter ontkracht door archeoloog Alfons De Belie. Volgens hem is de aanwezigheid van een onderaardse gang richting Lysdonck onmogelijk, gezien deze dan door de moerassen van de fondatie en heirnisse zou moeten lopen. "Een onmogelijke zaak wegens de vochtige ondergrond en instortingsgevaar. Er is wel een kanaal gevonden dat als gang kon worden gebruikt om het water van de abdij af te voeren."

 

Een man bij wie vaak een slechte vrouw op bezoek kwam, had een kind dat de hele tijd huilde. De vader van het kind ging langs de boerderij van iemand anders naar de arme klaren in Dendermonde. Toen hij daar aankwam, kreeg hij echter te horen: “We kunnen je niet helpen, want je bent over iemand anders’ hof gekomen”. ’s Avonds lagen de dieren zuchtend op het veld. De volgende dag ging de man opnieuw naar Dendermonde. Hij moest twee bussels hout meebrengen en die om twaalf uur in brand steken. Het hout wilde echter niet branden. Verder had de man ook de raad gekregen om die slechte vrouw niet meer binnen te laten. Daarop had de man geantwoord: “Wat zou je zeggen als ik haar doodsloeg?”

Bij de Vierwikse in Klein-Sinaai was een onderaardse gang die naar het Hooghuis in Kamborn leidde. Dat Hooghuis was een vervallen gebouw waar men langs boven moest in kruipen. Twintig of dertig paters uit de buurt van Lokeren gingen geld inzamelen om eten te kunnen kopen voor de soldaten die in die gang waren ondergedoken. Op een dag kwam een generaal met zestig of zeventig gewapende mannen de opdracht geven om heel Stekene in brand te steken en de mensen te vermoorden. Een mooie vrouw sprak tot haar dochter: "We kunnen beter vergiffenis vragen, want we gaan er toch allemaal aan". De vrouw ging naar buiten, knielde met opgeheven handen en vroeg aan de generaal vergiffenis in naam van heel Stekene. De generaal was onder de indruk van de schoonheid van deze vrouw en wilde met haar dochter trouwen. Daarop antwoordde de vrouw: "Van mij mag je, als mijn dochter dat ook wil". De generaal is met de dochter getrouwd, maar het meisje heeft maar enkele jaren meer geleefd.

Een jongen die naar de smidse ging, moest langs een aarden weggetje in Klein Sinaai. De jongen zag dat de tweede boom aan de linkerzijde van de weg vol jonge katten zat. Dat moest spokerij zijn geweest.

Een man die met het kwaad omging, kon een paard van kleur doen veranderen. Hij kon de wind ook doen waaien wanneer hij dat wilde. Vóór zijn dood zei die man: “Het zal niet mijn lichaam zijn, dat jullie naar het graf dragen”. De mensen die de kist droegen, torsten een gewicht van wel honderdvijftig kilo. Toen ze het deksel openden, stelden ze vast dat de kist met stenen was gevuld.

In Klein-Sinaai doet het verhaal de ronde van een jonge pasgetrouwde boer, Robert, die een jong kalfje wilde verzorgen. Om het te leren zogen stak hij af en toe zijn vinger in de muil van het diertje, en zo leerde het zuigen als aan een uier.
Op een dag bemerkte de jongen dat zijn trouwring zoek was. Hij had er geen idee van, waar hij die kon gelegd hebben. Hij zocht alle stallen, de woonkamer, de kasten en de keuken af. Hij vond niets.

 

Dit verhaal gaat terug tot de maand april van het jaar 1975. Alfons De Belie, opgraver van de Boudelo-Abdij haalde een hilarische grap uit met enkele wetenschappers en politici die de opgraving kwamen bezoeken. Aanleiding was het gerucht dat het verhaal van Reynaert in de abdij van Boudelo zou zijn geschreven... Wij schetsen de geschiedenis zoals het echt is gebeurd.

De resultaten van de opgravingen van Boudelo rond 1970 onder leiding van Dhr. A. De Belie werden overgebracht naar Sint-Niklaas. Met deze zaken werd op "Zwijgershoek" de Boudelo-zaal opgericht, die een overzichtelijk beeld gaf van de Boudelo-site, als van het vroegere leven aldaar. Deze opstelling is ondertussen afgebroken en enkele stukken zijn opgenomen in het huidige museum.

Weinig mensen uit Klein-Sinaai kenden de geschiedenis zo goed als Joanna Roels uit de Kasteelstraat.

Urenlang kan deze dame boeiend vertellen over Den Baggaert, het Kasteel, het Klooster, de kerk, de pastoors en over haar tante Bertha Schepens, die er winkel hield van voor de tweede wereldoorlog tot kort voor haar dood in 1990.
Een van de merkwaardigste verhalen van mevrouw Roels is wel dat men in Klein-Sinaai daags voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog al verwittigd was voor wat er 's anderendaags te wachten stond, en dit dan nog wel door de toenmalige VNV-leider Staf de Clercq in hoogsteigen persoon.

Verhaal van Roger Vervaet... 
Op 't Vaardeken en op Coudenborm marcheerden opeens groepen jonge mannen in bruin uniform.  Ze zongen Vlaamse strijdliederen zoals Kempenland aan de Dietse kroon, ze hadden zelfs een eigen kamplied.  In de plaats van een wapen droegen ze een schop en spade op de schouder en rug.  Dit waren de werkers van de vrijwillige Arbeidsdienst van Vlaanderen (1941 - 1944).  Dit was eerst een onafhankelijke organisatie onder toezicht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.  In 1943 hebben de Duitsers de werking volledig naar zich toe getrokken.  Deze jongens namen, zoals de naam het zegt, vrijwillig dienst.  Ze tekenden voor zes maanden, een termijn die verlengd kon worden.  Vaak ging het om studenten, die te kiezen hadden tussen fabriekswerk of de VAVV.  Ook Vlaamse idealisten en jonge werklozen.  Mijn vader keek ernaar, schudde zijn hoofd en vroeg zich af hoe het mogelijk was die gasten zover te krijgen om bruinhemden te worden.  Door dienst te nemen ontliep men de arbeidsdienst in Duitsland en was de familie ook in het weekend nooit veraf. 

Exact tien jaar geleden dook de beruchte Waaslandwolf op in Stekene. Hij doodde niet minder dan 62 schapen in Nederland en België. Even mysterieus als hij verscheen, verdween hij ook weer.
Of het om een hond of een wolf ging, kan nog altijd niemand met zekerheid zeggen. Maar wat wel vaststaat is dat het dier een ware mediahype veroorzaakte.

 

Wat weinig mensen weten is dat in de Tweede Wereldoorlog te Klein-Sinaai in de Pannenhuisstraat een werkkamp werd opgericht. De 'Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen' (VAVV). In de volksmond de Bruinhemden genoemd omdat de arbeiders een bruin uniform droegen.   Deze organisatie was in wezen een niet-politieke organisatie. De opdracht van de werknemers bestond erin werken uit te voeren van algemeen nut. De arbeiders werden door de bezetters echter hoe langer hoe meer betrokken bij de machtsstrijd. Daardoor werd het aanwerven van vrijwilligers moeilijker. Dit werd slechts tijdelijk gunstig in de hand gewerkt door de maatregelen tov eerstejaars-studenten van de universiteit. Zij konden aan de verplichte tewerkstelling sinds 1943 in Duitsland ontkomen door zich te verbinden tot twee dienstperioden van zes maanden bij de VAVV. Tijdens de bevrijdingsdagen van 1944 is het kamp door de bewoners van Klein-Sinaai met de grond gelijkgemaakt. Unieke fotoreeks: Kamp van de Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen (VAVV) te Klein-Sinaai, 28/1/1944 Volksfeest van de Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen (VAVV) in het kamp Baudeloo te Klein-Sinaai, 18/7/1943

Maurits Chantie Abbeloos herdenkt Bevrijding met Raging Bull
 
,,BIJ MIJ IS HET ALLE DAGEN OORLOG''
maandag 13 augustus 2001 Auteur: Herman LANEAU ADHESE IMU (in artikel) 

BinnenlandVLIERZELE/HOFSTADE/OUDEGEM - Bij mij is 't alle dagen oorlog'', knipoogt de 65-jarige Maurits Abbeloos, in zijn geboortedorp Oudegem bekend als volksfiguur Chantie. ,,Is het niet in een van mijn nostalgische jeeps uit de Tweede Wereldoorlog, dan is het in de cantine of in mijn bed. Stilzitten is niets voor mij.''

Tweets

Nieuw boek over de oorsprong Klein-Sinaai en de Boudelo-Abdij is een prachtexemplaar dat je zeker moet hebben! http://t.co/6fXO29YYHb
Prachtige ochtend langs de Stekense Vaart http://t.co/sj0sXLmRoC
Vandaag reeds de eerste inschrijving voor de halloweentocht ontvangen. Het Halloweenteam kan er weer invliegen. http://t.co/kkFh9vvs9S
Follow Klein-Sinaai on Twitter
© 2019 Tony De Wilde. All Rights Reserved.

Please publish modules in offcanvas position.